Vijanden

Natuurlijke en onnatuurlijke vijanden

Tot de natuurlijke vijanden kunnen een aantal haaiensoorten dolfijnvijanden(tijger- en stierhaaien) , de pijlstaartrog en de orka gerekend worden, zoals eerder genoemd.
Ze beschermen zich tegen deze predatoren door in groepen dicht bij elkaar te zwemmen en zijn dermate intelligent om in ieder geval de haai te slim af te kunnen zijn.

De orka is wat moeilijker, aangezien deze zelf ook intelligent is. Maar het komt zelden voor dat de orka op dolfijnen jaagt. De pijlstaartrog jaagt niet op dolfijnen, maar dolfijnen komen er wel mee in aanraking. Als ze worden gestoken houden ze hier grote, ontstoken wonden aan over waar ze vaak aan bezwijken.
De haai heeft fysieke voordelen die de dolfijn niet heeft, zoals brute kracht, spieren en vooral de capaciteit om heel veel snelheid te maken (ze zijn even snel als dolfijnen) . Ook heeft de haai een sterk ontwikkeld reukvermogen, waar de dolfijn het aan ontbreekt. Een dolfijn heeft namelijk geen geurzenuw. Een dolfijn kan wel proeven en compenseert daardoor zijn ontbrekende reukvermogen.
Maar intelligentie doet ook wat. Men zegt niet voor niets: ‘wie niet sterk is moet slim zijn’.
De mens is naast een verre vriend ook de grootste vijand van de dolfijn. Individuen vinden het nodig om een aantal keer per jaar verschillende bijeengekomen dolfijnen die in een bepaald gebied willen paren, bloeddorstig en genadeloos af te slachten. Hier zijn dan ook al meerdere organisaties voor in actie gekomen. Menselijke rituelen eisen veel dolfijnenlevens. Havens zien dan rood van vergoten dolfijnenbloed.
Virussen, bacteriën en parasieten kunnen dolfijnen teisteren. Ze kunnen daardoor maagzweren, huidziektes, tumoren, hartziektes, ademhalingsstoornissen en blaas- en ontlastingsstoornissen ontwikkelen. Parasieten die dolfijnen graag als huisvesting kiezen zijn rondwormen en platwormen.
Onnatuurlijke vijanden zijn externe factoren die het leefgebied van dolfijnen aantasten. Het broeikaseffect en de natuurlijke opwarming van de aarde zorgt ervoor dat het zeewater snel opwarmt. Het gevolg is dat de aanwezige voedselbronnen die voor de dolfijn van belang zijn naar koudere wateren vertrekken. De dolfijn wordt gedwongen om zich ook naar koudere en wat diepere wateren te verplaatsen. Een dolfijn is hier niet voor gemaakt, aangezien hij warmbloedig is. Wetenschappers zijn bezorgd dat de dolfijnen uiteindelijk te weinig toegang hebben tot voedselbronnen en de populaties kleiner zullen worden. De vervuiling en de verhoogde mate van toxiciteit van het zeewater vormt ook een bedreiging.
Ze raken vaak verstrikt in vissersnetten waardoor ze stikken. De internationale geïntensiveerde visserij kan daarom ook tot een natuurlijke vijand gerekend worden.
Olieschepen die lekken zijn ook een grote bedreiging, omdat olie én het natuurlijke habitat van de dolfijn aantast én omdat de dolfijn zelf onder de olie komt te zitten en olie binnenkrijgt, wat niet bevorderlijk is voor hun gezondheid.
BPZ Energy (en andere petroleumbedrijven) is een zoektocht naar olie op de oceaanbodem begonnen. Hierbij maakten zij gebruik van sonartechnologie en geluidsgolven om de olie op te sporen. Zij hielden alleen geen rekening met de verstoring die de sonaruitzendingen teweegbrachten bij dolfijnen. Dolfijnen verloren dientengevolge hun oriëntatie, met inwendige bloedingen als gevolg. Duizenden overleden dolfijnen spoelden aan op de kust in Peru. Ook werd er ontdekt dat er microscopische bubbels zuurstof gevormd worden in de bloedsomloop van dolfijnen, die de Caissonziekte, of duikersziekte, kunnen veroorzaken.